Volgende reunie: Woensdag 18 april 2018. 7 augustus is Harry Stam overleden. Op 16 augustus is Daan Vijfhuizen overleden. Op 18 september is Frans van de Steen overleden.

 

De legende van Mios Woendi

 

 Boek, "Onder het teken van de Morgenster' door Thijs van der Zanden   

Gebaseerd op: ‘De Legende van Mansren  Mangoendi’, door P. J. F. van Hasselt


 

 

Er zijn diverse publicaties van de legende die ook wel als ‘Legende van Mangoendi’, de machtige heer, vermeld wordt. De versie die op Biak verteld wordt, wijkt vooral aan het slot wat af van die van Noemfoor.

In oude tijden leefde onder de naam Jawi Numjado een stokoude man bij het dorp Sopen op Biak. ‘s Nachts werden er regelmatig knollen uit zijn tuintje gestolen en op een bepaald moment ontdekte hij dat de dader een varken was. Hij gooide een speer naar het varken, maar het beest ging er, hoewel gewond, vandoor. Jawi Numjado volgde het varken door het bos een heuvel op, totdat het varken zich overgaf met de woorden ‘ja mnai’, wat ‘ik houd op’ betekent. Deze heuvel wordt sindsdien Jamnaibori genoemd. Het varken liep toch nog een grot in en Jawi Numjado volgde hem. De grot bleek een toegangspoort te zijn naar het zielenland, en Jawi Numjado zag dat alle mensen daar gelukkig, jong en gezond waren. Zij bezaten Koreri.

Jawi Numjado kon daar niet blijven en keerde terug naar zijn huis in Sopen. Omdat hij geen deel had aan Koreri, verwaarloosde hij zichzelf en werd diep ongelukkig. Hij kreeg een huidziekte waarop hij werd verbannen naar het eiland Meok Woendi. Hij kreeg de bijnaam Manarmakeri, wat ‘de schurftige’ of ‘de man die jeuk heeft’ betekent. Zijn hoge leeftijd belette hem echter niet om ook op Woendi dagelijks zijn klapperboom te beklimmen om uit de bloemkolf sagoweer te tappen. Op een morgen is zijn teleurstelling groot als hij de bamboekoker leeg vindt. Blijkbaar heeft een dief zich het kostelijk vocht toegeëigend. De volgende nacht blijft Manarmakeri waken aan de voet van de boom. Hij was hoogst verbaasd toen hij de volgende morgen toch de bamboekoker leeg vond. Daarop besluit hij om de nacht daarop in de top van de boom door te brengen.

Het lukt hem de dief te vangen. Tot zijn grote verbazing is het niemand anders dan Sampan, Venus of Morgenster. Sampan is natuurlijk zeer beschaamd op heterdaad betrapt te zijn en smeekt om vrijgelaten te worden. Haar angst stijgt ten top als in het oosten de wolkenformaties door hun purper de komst van de zon aankondigen. Want Sampan zal het niet overleven als de zon boven de kim verschijnt, zij zal dan door de zonnestralen vernietigd worden en nooit meer terug kunnen keren.

 

Foto 025 Berg 036 1961 Woendi

1960 Zonsondergang Woendi Album: Hans van den Berg

  

Sampan wijdt Manarmakeri in het geheim van Koreri in en biedt hem een marësvrucht aan en een gewoon stukje hout. De marësvrucht, geworpen op de borst van een maagd, zal bij haar een zwangerschap verwekken. Alles wat Mangoendi met het stokje zal tekenen, zal hem als het ware in de schoot geworpen worden.

Als hij een meisje ziet dat aan het baden is, werpt hij de marësvrucht. Na enige tijd blijkt het meisje, dat Insoraki heet en de dochter is van het dorpshoofd, inderdaad zwanger te zijn. Haar familie is bijzonder boos op haar en zijzelf is zeer verbaasd. Op alle vragen moet ze het antwoord schuldig blijven. Ze weet echt niet wie de schuldige zijn kon, ze had immers nog nooit gemeenschap gehad.

Het kind werd al na één maand zwangerschap geboren en werd Konori (of ook wel Manarbew, de Vredesstichter) genoemd. Konori moest daarna zelf zijn vader aanwijzen. Daartoe werd een dans georganiseerd, waaraan alle mannen van het eiland zouden deelnemen. Eerst dansten de jongelingen om het kind heen, maar Konori zweeg. De pas gehuwde jonge mannen volgden, daarna de mannen van middelbare leeftijd en de grijsaards, maar het kind bleef zwijgen. Uiteindelijk waren er alleen nog maar een paar stokoude mannen over. Toen die om het kind heen dansten, wees Konori, die al meteen na zijn geboorte kon spreken, Manarmakeri aan als zijn vader.

Grote verbolgenheid van de zijde van de bevolking, volgde op deze ontdekking. Men maakte de prauwen gereed om weg te varen. Alle bezittingen werden meegenomen, zodat Manarmakeri, Insoraki en Konori achterbleven zonder enige bezittingen en dus eigenlijk geen overlevingskansen hadden. Toen iedereen weg was, zei Insoraki tegen Manarmakeri: “Jij hebt me in grote moeilijkheden gebracht. Hoe kom ik nu aan voedsel? Jij bent te oud om nog tuinen, te ontginnen en prauwen te maken.” Manarmakeri antwoordde dat zij thuis eens moest kijken. Insoraki zag daar tot haar grote verbazing een overvloed van uitgezochte spijzen. Manarmakeri had met succes Sampari’s toverstokje uitgeprobeerd. Dit stokje toonde ook zijn kracht toen Manarmakeri, die zich vanaf nu Mangoendi, grote of machtige heer, laat noemen, een prauw nodig had om met vrouw en kind weg te reizen.

De Biakkers vertellen dat hij met zijn stokje een grote prauw en een groot aantal roeiers toverde, met wie hij in de oneindige ruimte verdween. De bewoners van Auki, ook één van de Padaido- eilanden, beroemen zich erop tot de familie van Mangoendi te behoren. Hierom worden zij ook wel de Manamakeri of Mandarmakeri genoemd. Kennelijk heeft Mangoendi zijn toverstokje dus ook op Auki gebruikt en hier een familie gesticht. Eens komt Mangoendi terug, en dan begint voor de Papoea’s de gouden tijd. In die tijd, waarin volgens de Papoea’s van Noemfoor niemand meer hoeft te werken, zal er voedsel in overvloed zijn.

  

Foto 026 berg 001 Website woendi

Een van de eilandjes zuidelijk van Woendi werd door ons in de periode 1958-1962 Klein Oeriv (Oeriv Ketjil) genoemd, maar wordt op deze kaart vermeld als ‘Konori’ en is dus kennelijk genoemd naar de zoon van Mangoendi. Album: H. vd Berg

 De Biakkers hebben echter een nog hogere verwachting van de terugkomst van Mangoendi. Dan zal namelijk het tijdperk van de Koreri aanbreken.

Het woord Koreri is afgeleid van het grondwoord rer, een Biaks woord dat ‘van huid verwisselen’ betekent. Wanneer de Koreri aanbreekt, zullen de zieken gezond worden, wonden en littekens zullen verdwijnen, de doden zullen weer leven en de levenden zullen niet meer sterven.

  

foto 027 Berg 025 Woendikinderen 1961

 1961, Kinderen van Woendi. Album: Hans van den Berg

Aan het einde van de jaren ’30 is het geloof van de Papoea’s op Noemfoor in Mangoendi’s terugkeer en in de toekomstige heilstaat van de Noemforen weliswaar zeer verzwakt, maar nog niet helemaal verdwenen. De Biakkers geloofden toen nog steeds met diepe overtuiging in deze gebeurtenissen, die hen door hun voorouders zijn overgeleverd.[1]

 

 

 

De legende van Mios Woendi

Vervolg

 Boek, "Onder het teken van de Morgenster' door Thijs van der Zanden
  Gebaseerd op: ‘De Legende van Mansren  Mangoendi’, door P. J. F. van Hasselt

 

Voor de Noemfooren gaat het verhaal van Mangoendi of Manamakeri als volgt verder.

Mangoendi voer vanaf Woendi met vrouw en kind in een klein vaartuig weg, naar het westen. Als de kleine Konori vermoeid raakt van het lange zitten in de kleine prauw en te kennen geeft wat te willen spelen, is het voor Mangoendi een kleine moeite om even een eilandje te toveren.

Aan deze behoefte tot spelen van Konori danken we de eilanden tussen de Padaidogroep en Noemfoor, zoals bijvoorbeeld Rani, en de eilanden voor Sowek en Noemfoor zelf, waar Mangoendi zijn tocht onderbrak om er zich tijdelijk te vestigen.

Mangoendi ontdekte na een tijdje dat zijn vrouw het niet prettig vond dat hij zo’n oude schurftige huid had. Daarop steekt hij op een dag ijzerhout in brand en gaat in het vuur staan. Zijn oude huid valt af en verandert in koperen borden. Als hij zich, uit het vuur gekomen, spiegelt in het water dat in een grote schelp staat, vindt hij de kleur van zijn lichaam te licht, waarop hij nogmaals in het vuur stapt.

Wanneer hij zich daarna spiegelt in het water van de schelp, vindt hij de kleur goed. Hij tooit zich met armbanden en andere versieringen en wandelt naar huis. Zijn vrouw is hoogst verbaasd om een haar onbekende jongeling te zien naderen, die zelfs het huis binnen gaat. Ze roept hem toe om buiten te blijven, want haar man is niet thuis en deze zou het zeker niet op prijs stellen om een onbekende man in zijn woning aan te treffen.

Mangoendi stelt haar gerust en zendt haar naar het bos om de koperen borden te halen. Als ze deze ziet en als ook Konori zijn vader herkent, is ze blij met de verandering, die Mangoendi heeft ondergaan.

Op den duur valt de eenzaamheid Mangoendi’s vrouw echter zwaar. Ze mist het contact met andere mensen. Het is voor Mangoendi kinderspel om aan deze wens van zijn vrouw tegemoet te komen, en met behulp van zijn toverstokje plant hij vier speren, waaruit vier huizen met mensen ontstaan.

Uit deze huizen zijn volgens de Noemfooren de vier hoofdfamilies, waarin ze verdeeld zijn ontstaan, namelijk de Roemberpon, de Angradifoe, de Roemansra en de Roemberpoer. Uiteraard was Mangoendi het hoofd van deze families en hij zorgde als een vader voor hen. Hij gaf hun te eten en genas de zieken

Toen er echter een tijd aanbrak waarin het voedsel schaars geworden was en er een kind ernstig ziek werd, begon men te twijfelen aan Mangoendi. Deze zei echter tegen de moeder: “Wees niet bang, als het kind gestorven is, maak ik het weer levend.” Hierop werd de moeder van het kind, Infandwarndi, woedend. Ze uitte dat door een geweldige Papoeascheldpartij aan het adres van Mangoendi af te steken.

Mangoendi was zeer verbolgen over dit gebrek aan vertrouwen, en vertrok per prauw naar een onbekende bestemming. Maar Mangoendi komt terug, en dan begint voor de Papoea’s de gouden tijd. De tijd waarin volgens de Noemfoorse lezing van deze legende niemand meer hoeft te werken, en er voedsel in overvloed zal zijn.

Het geloof in deze legende zit rond 1900 nog steeds diep verankerd in de beleving van de Papoea’s en er treedt dan ook op gezette tijden iemand op de voorgrond die beweert Mansren Mangoendi te zijn.

Grote bekendheid krijgt Korano van Mokmer die in 1884 tot 1886 van zich liet horen en pretendeerde Mangoendi te zijn.

Hij viste rijksdaalders en blauw katoen uit zee op, hij veranderde een sigarenstompje in een geweer en boombladeren in vissen. Grijsaards maakte hij weer jong, een oud gebit werd weer nieuw en grijze haren maakte hij weer zwart. In die tussentijd zorgt hij wel goed voor zichzelf, hij liet zich eren als een groot weldoener, en zorgde er tegelijkertijd voor dat de mensen hem goed betaalden.

Rond 1887 staat er weer een Papoea op die beweerde Mangoendi te zijn, en wel op Meok Woendi. Deze ‘Konoor’ vertelde dat er binnenkort door zijn toedoen een groot stoomschip met allerlei goederen zou aankomen. Iedereen die mee wou profiteren van deze gratis goederen, moest eerst bij hem komen offeren. Kapitein Amos, een Ternataanse schoenerkapitein, vertelde, dat er toen zo veel olk van allerlei stammen, zoals Ansoesers, Wandammers, Windessiërs, Rhooners, Waropeners enzovoort, op Meok Woendi aanwezig waren, dat zij amper nog een plaats konden vinden op het eiland.

Mede op aanstichting van dit soort Konoren werden er ook rooftochten vanaf Biak en andere eilanden georganiseerd. Zo werden alle kampongs van het eiland Koeroedoe, een eiland oostelijk van Yapen en dicht bij het vasteland van Nederlands Nieuw-Guinea, overvallen en gedeeltelijk verbrand. De overvallers waren met een vloot van tien prauwen bestaande uit Koridanen, Sowekers en Biakkers, onder aanvoering van de Sengadjis van Korido, Sowek de Konoor van Sapoor en de Sengadji van Bosnik, Daarbij zijn aan de kant van Koeroedoe twee doden gevallen, en werden er twintig mensen als slaaf afgevoerd.

De toenmalige Konoor Korano van Mokmer en vaak aanvoerder van deze sneltochten, is er goed van afgekomen. Resident de Clercq (Resident van Ternate 1885-1888), heeft hem tot hoofd aangesteld. Zijn invloed werd echter al snel minder, maar daarop heeft zijn zoon, de Kapitein-laut (Zeekapitein) Amas, de leiding overgenomen.

Ook tegen hem moest de regering regelmatig corrigerend optreden door hem te laten voelen dat de oude tijden van geweld voorbij waren. Zo had hij bij voorbeeld op een keer een vrouw uit Sowek met een geweerkolf zodanig bewerkt dat haar schouderblad werd gebroken en dat alleen omdat hij een onenigheid had met andere Sowekkers.

Rond 1910 veronderstelden de Biakkers dat het Hollands Exploratiedetachement onder leiding van kapitein Franssen Herderschée, in Mamberamoe op zoek was naar Mangoendi en de Koreri.

Een zekere Manginömi, zette toen een Papoea-expeditie op touw naar Mamberemoe. Aan die tocht werd onder meer ook weer deelgenomen door de kapitein-laut Amas van Mokmer, zoon van de beruchte Korano van Mokmer. Ook andere plaatsen op Biak en van de Padaido-eilanden maakten met één of meerdere prauwen deel uit van deze expeditie. Kapitein Franssen Herderschée had echter vanwege beriberi de expeditie voortijdig moeten afbreken.

Nadat Manginomi op Mamberemoe was aangekomen is hem Mangoendi verschenen en deze gelastte hem zijn komst op Noemfoor voor te bereiden. Hij beschreef Mangoendi als een reus, die ontzaglijk eten kon. Te Bawe op Noemfoor zou Mangoendi zich aan zijn getrouwen laten zien. Er werd een grote woning gebouwd en Manginomi stuurde boodschappers naar alle windstreken. Als er zó en zó veel stukken blauw katoen, zó en zó veel vrouwen enzovoort waren, dan zou Mangoendi komen.

Het huis was in twee delen gescheiden. In het ene deel mocht het publiek niet komen. Daar verschenen volgens zeggen de radja’s van Tidore, Djailolo, Ternate en zelfs de radja van Holland. Al deze radja’s zijn gekomen om de komst van de radja Papoea aan te kondigen.

De door het Nederlands Gouvernement aangestelde goeroes, onderwijzers, waarschuwden de bevolking tegen deze bedrieger. Manginomi was hier echter niet van gediend en kwam dan ook met het dreigement ‘wacht als ik mijn medicijn te vuur zet, dan zal dit de onwillige bespatten, zodat ze zullen sterven’. In minstens één geval trad hij ook handtastelijk tegen een der goeroes op. Uiteindelijk werd Manginomi gevangen genomen en naar Ternate, de Molukken, verbannen.

Wanneer Mangoendi terugkeert uit het westen, breekt volgens de Biakker de Koreritijd aan. Een tijdperk waarin alles volmaakt is, zonder zorgen en verdriet, geen ziektes, voldoende te eten en niemand ging er dood.[2]

Dit klinkt wat onwezenlijk maar dan ga je voorbij aan het gegeven dat wij, Christenen, ook zo’n zelfde volmaakte omgeving kennen. Wij noemen die dan het paradijs.

Vooral ook omdat er op Biak, vanwege de rotsachtige ondergrond, van oudsher heel moeilijk te leven is van wat door de natuur wordt geboden, gingen de Biakkers al lang voor Nieuw-Guinea door de Europeanen werd ontdekt in de zeventiende eeuw, regelmatig op raaktocht.

Ook stichtten zij overal in de Geelvinkbaai en het vasteland van Nieuw-Guinea nieuwe nederzettingen, tot wel duizend kilometer van Biak verwijderd, zo ook op de Radja Ampat, eilanden. Pas in de twintigste eeuw zijn deze raaktochten langzamerhand uitgegroeid tot normale handelstochten.

Het geloof in, of in deze tijd tenminste de kennis van, de legende van Mangoendi en de Koreri tijd is dus niet beperkt tot Biak en Noemfoor, maar strekt zich uit over nagenoeg de gehele noordkust van Nieuw-Guinea.

Ik spreek de hoop uit dat Mangoendi nog eenmaal Sampari’s toverstokje weet te gebruiken, waardoor de droom van deze mensen werkelijkheid kan worden. Misschien niet een ideale staat, maar wel een staat waarin zij zelf kunnen beslissen over hun leven en land zonder inmenging van op geld of macht beluste buitenstaanders.

 

Thijs van der Zanden

------------

 



[1] Geraadpleegde bronnen/literatuur: ‘De Legende van Mansren  Mangoendi’, door P. J. F. van Hasselt

[2] Geraadpleegde bronnen/Literatuur: http://kitlv.library.uu.nl/index.php/btlv/article/viewFile/7049/7816 en  ‘De Legende van Mansren  Mangoendi’, door P. J. F. van Hasselt

 

Ga naar boven
JSN Boot template designed by JoomlaShine.com